Een afvalarme bouwplaats vraagt om meer dan technische oplossingen: het draait om samenwerking in de hele keten, van opdrachtgever tot uitvoerder. Dat weten Tjerk Bultman (inkoopadviseur bij het Rijksvastgoedbedrijf) en Jan Koers (directeur Bewuste Bouwers) als geen ander.
Samenwerken vanuit één doel
Volgens Tjerk werd het zaadje geplant via Techniek Nederland. Vanuit het Brancheplan Verpakkingen ontstond de vraag of ook opdrachtgevers konden aanhaken. “Zo is de werkgroep afvalarme bouwplaatsen ontstaan,” vertelt hij. Binnen die werkgroep vond het Rijksvastgoedbedrijf de samenwerking met Bewuste Bouwers. Jan legt uit: “Het Rijksvastgoedbedrijf kijkt vanuit de opdrachtgever, wij vanuit de uitvoering. Daar zit juist de kracht: twee perspectieven die elkaar versterken.”
Verpakkingen vormen naar schatting 40 tot 60 procent van al het bouwafval. Maar volgens Tjerk ligt de oplossing niet alleen in cijfers of regels, maar vooral in houding en gedrag. “Iedereen heeft zijn rol, maar het begint met de wil om het samen te doen. Zet die restcontainer eens achteraan en noem het een ‘twijfelcontainer’. Dat vraagt om een andere mindset.” Ook Jan ziet dat er iets begint te verschuiven. “Leveranciers en groothandels zeggen nu met het brancheplan dat ze minder of helemaal geen afval meer richting de bouwplaats willen brengen. Dat is een grote stap. Want als jouw leverancier dat niet doet, heb je misschien niet de juiste.”
Van visie naar mindset
De ambitie van het Rijksvastgoedbedrijf is helder. “In 2050 moeten we volledig circulair bouwen en voor 2030 hebben wij als Rijksoverheid het doel om het gebruik van primaire grondstoffen met de helft terug te brengen. Afvalreductie hoort daar direct bij,” benadrukt Tjerk. De eerste stappen zijn makkelijk, maar 2030 komt snel dichterbij. Jan vult aan: “Als afval een onderwerp wordt waar je bewust over nadenkt, ga je vanzelf anders werken. Er is altijd wel een oplossing.”
Voor Bewuste Bouwers sluit het thema perfect aan bij de pijlers Milieu en Verzorgd uit de gedragscode. “Wij willen een positieve impact maken op de omgeving. Een rommelige bouwplaats hoort daar niet bij,” legt Jan uit. Tjerk is realistisch over het einddoel: een volledig afvalloze bouwplaats acht hij niet haalbaar, maar dat doet volgens hem niets af aan de ambitie. “Het gaat om slimmer duurzaam bouwen, niet om nul afval.”
De lijn vasthouden
De werkgroep afvalarme bouwplaatsen bestaat uit verschillende partijen uit de bouwketen, die elkaar niet beconcurreren maar juist versterken. Binnen die groep is Esther Loman (duurzaamheidsmanager bij Kuijpers) volgens Jan absoluut de kartrekker. “We vullen elkaar goed aan,” zegt hij. “Iedereen heeft hetzelfde doel, maar volgt een eigen route. Zij komen meer vanuit de leverancierskant, wij juist vanaf de bouwplaats waar de oplossingen zichtbaar worden.” Volgens Tjerk maken die verschillende invalshoeken het juist krachtig. “De routes komen samen tot één traject. Naast Techniek Nederland, speelt Bouwend Nederland daarbij een belangrijke rol. Daar liggen nog volop kansen.” Jan vult aan dat Bouwend Nederland haar leden kan helpen het gesprek aan te gaan met leveranciers. “Zo kunnen ze meer sturen en komt er beweging in de keten.” Die ketensamenwerking kan volgens Tjerk leiden tot bouwplaatsen waar veel bewuster wordt nagedacht over materiaalstromen. “Hergebruik vraagt soms om extra investering, dat remt nog wel eens. Maar op de lange termijn voegt het juist waarde toe.”
Circulair bouwen in de praktijk
Dat afvalreductie geen theorie hoeft te blijven, bewijst het project Mandemaat in Assen. Tjerk vertelt: “Dat was een geïntegreerde opgave, met ontwerp, realisatie en onderhoud in één contract. Door de juiste zaken aan de voorkant uit te vragen, zag je dat aannemer Hegeman Bouw & Infra heel bewust met afvalstromen omging.” Wat dit Bewuste Bouwers-project bijzonder maakt, is dat het als leerschool diende voor circulair bouwen. Oorspronkelijk was renovatie van het bestaande gebouw het uitgangspunt, maar door de grillige vorm en het grote geveloppervlak bleek nieuwbouw binnen de circulaire kaders uiteindelijk de duurzamere keuze. Hegeman Bouw & Infra zette vol in op hergebruik. Samen met het sloopbedrijf werden zoveel mogelijk materialen ‘geoogst’. Beton werd verwerkt tot granulaatverharding, gevelstenen kregen een tweede leven in korven rond het nieuwe gebouw, en andere materialen werden hergebruikt in toekomstige projecten. “Als je van tevoren de juiste keuzes maakt, kun je zelfs bij nieuwbouw circulair denken én doen.”
Ook bij andere projecten wordt zichtbaar hoe circulair werken in de praktijk vorm krijgt. Zo experimenteerde het Rijksvastgoedbedrijf met de pilot ‘Kantoor voor afval’, waarbij materialen uit een oud kantoorpand werden hergebruikt voor de inrichting en upgrade tot volwaardig rijkskantoor. “Je merkt dan dat er veel meer kan dan je in eerste instantie denkt,” vertelt Tjerk trots. “We denken te vaak in beperkingen, terwijl er juist kansen liggen.” Een ander voorbeeld is de tijdelijke huisvesting van de rechtbank Amsterdam. Daar waren extra zittingszalen nodig. Die zijn opgebouwd, later gedemonteerd en herplaatst in Enschede,” vertelt Tjerk. “Zo zie je dat door anders te denken gebouwen een tweede leven kunnen krijgen.”
De praktijk: bewustwording kost tijd
Toch is de weg naar een afvalarme bouwplaats niet zonder obstakels. De grootste uitdaging ligt volgens Jan in bewustwording. “Afval is zo gewoon dat het lastig is het onbewuste bewust te maken. We zijn aan het dweilen, maar de kraan drupt nog. Zijn we met elkaar in staat die kraan verder dicht te draaien?” Tjerk gelooft dat echte vooruitgang mogelijk is als de hele keten meebeweegt. “Als we gezamenlijk optrekken en er voldoende draagvlak ontstaat, dan gaat een kentering plaatsvinden.” Beiden benadrukken dat we ook realistisch moeten blijven. “De partijen die het vooral moeten gaan doen, hebben al veel op hun bord: veiligheid, duurzaamheid, sociale thema’s. Wat krijgt dan prioriteit?”
Tijd en ruimte zijn nodig om dit goed te doen. “Het is een cultuurverandering, waar een lange adem voor nodig is,” zegt Jan. Tjerk sluit zich daarbij aan. “Het is een transitie en die kost tijd. Maar er ontstaan ook verborgen parels: creatieve ideeën en slimme oplossingen. We moeten die kennis delen en successen zichtbaar maken, zodat versnelling gemeengoed wordt.”
Houd afval klein, begin bij de bron
Om afvalarme bouwplaatsen de norm te maken, zijn vooral samenwerking en consistentie nodig. “We moeten elkaar blijven uitdagen,” zegt Tjerk. “Binnen het Rijksvastgoedbedrijf doen we dat met onze routekaart Verduurzamen, die we steeds herijken. Zo houden we de doelen scherp en prikkelen we de branche om stappen te zetten.” Wie morgen direct al iets wil doen, kan volgens hem meteen aan de slag met bestaande middelen. “Pak het Brancheplan Verpakkingen erbij, of de normkaarten van Bewuste Bouwers. Daarmee kun je al verschil maken.” Jan benadrukt dat een afvalarme bouwplaats begint aan de voorkant van het proces. “Houd afval klein, begin bij de bron,” zegt hij. Afval groeit naarmate het verder in de keten komt. Als je eerder kunt voorkomen dat iets afval wordt, heb je er later minder last van. “Ik hou ervan om het samen te doen,” zegt Tjerk. “Alleen dan kun je bewust het verschil maken.”